Burgerinitiatief Ons Geld verdient eerlijk discussie

Op 14 oktober 2015 was het zover. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis werd binnen de muren van het Parlement het geldscheppende privilege van commerciële banken ter discussie gesteld. Dit alles naar aanleiding van het Burgerinitiatief Ons Geld.

In het eerste blok was het woord aan de initiatiefnemers van het burgerinitiatief, bestaande uit Luuk de Waal Malefijt, Martijn Jeroen van der Linden en Edgar Wortmann van de stichting Ons Geld én George van Houts, namens de theatergroep De Verleiders. In het tweede blok was het woord aan de ‘experts’. Opmerkelijk daarbij was de boeiende discussie die ontstond tussen Klaas van Egmond (Hoogleraar Geowetenschappen en SER-lid), die het volmondig opnam voor het burgerinitiatief, en een aantal overige deelnemers, die kritischer waren over de voorstellen van de initiatiefnemers.

De initiatiefnemers kregen helaas niet de gelegenheid om te reageren op de geventileerde kritiekpunten. En dat is jammer. Er werden door een aantal critici namelijk behoorlijk wat twijfelachtige opmerkingen gemaakt:

Financiële ongeletterdheid

‘’De huidige schuldenproblematiek is iets wat we met z’n allen hebben gebouwd, niet alleen de banken.’’ (Reinier Pollman, AFM)
Het spits werd afgebeten door dhr. Pollman van de AFM, die stelt dat we de overmatige schuldenproblematiek met elkaar gecreëerd hebben, niet alleen de banken. Deels een terecht punt. Alhoewel je je daarbij kunt afvragen in hoeverre de gemiddelde burger zich realiseert wat er op macro-economisch niveau gebeurt wanneer men collectief geld leent bij de bank.

Zo werd bijvoorbeeld het rendement in de huizensector voor het uitbreken van de kredietcrisis in stand gehouden door de instroom van nieuwe leningen. Oftewel, de instroom van nieuw geld hield het rendement in stand en er was dus een steeds bredere basis geld nodig om de boel gaande te houden. Banken creëerden dan ook maar al te graag al dit nieuwe geld. Banken verdienen inherent aan het creëren van geld. In Engeland bijvoorbeeld strijken de banken op deze manier op jaarbasis een totaalbedrag van £ 213.000.000.000 aan rente op.

Tevens zijn het niet alleen de burgers die financieel ongeletterd zijn. Ook veel politici en economen ontbreekt het vaak aan feitelijke kennis over de werking van ons geldstelsel. Het Burgerinitiatief Ons Geld is er dan ook in geslaagd om een maatschappelijke, politieke en academische discussie rondom dit onderwerp van de grond te krijgen en is alleen daarom al een groot succes te noemen!

Duurzaamheid

Daarna was het woord aan dhr. Bezemer, die stelt dat ‘’zolang schuld en inkomen in balans zijn we decennia lang financieel duurzaam kunnen groeien’’. Een valide punt, want zolang de schulden de fysieke economie ondersteunen in de vorm van investeringen in productiecapaciteit en toekomstige innovatie, kan de fysieke economie de toenemende schuldenlast redelijk accommoderen. Ray Dalio (oprichter van s ’werelds grootste hedgefund bedrijf Bridgewater Associaties) maakte hier een briljante animatie over, genaamd ‘How Does The Economic Machine Works’ (zeker kijken!).

In deze animatie laat Dalio zien dat we door het gebruik van ons kredietgeldsysteem per definitie opgaande en neergaande schuldencycli creëren. Wanneer we collectief meer gaan lenen en uitgeven dan we schulden afbetalen kan dit echter uit de hand lopen, waardoor de economie zich als geheel zal moeten deleveragen [1], om op die manier het overtollige schuldenniveau af te bouwen.

Toch vraag ik me af wat Bezemer onder ‘financiële duurzame groei’ verstaat. Het huidige geldsysteem is namelijk alles behalve duurzaamte noemen. Met een Soeverein Geldsysteem daarentegen zouden we een  ‘steady state economy‘ kunnen creëren. Een economie waarin groei mogelijk is, maar niet noodzakelijk.

Geld als een sociaal construct

‘’Geld is een claim.’’ (Dirk Bezemer, Universitair Hoofddocent RUG)
Vervolgens ontstond er een discussie tussen Bezemer en Van Egmond over de vraag wat geld nu in essentie is. Net als de meeste mainstream economen is Bezemer namelijk van mening dat geld een claim is en dit daarom alleen als zodanig in omloop kan worden gebracht. In tegenstelling tot Van Egmond, die claimt dat geld niks meer is als een sociaal construct, een middel om waarde mee uit te wisselen. Een definitie die op gelijke voet staat met die van Stephen Zarlenga (oprichter American Monetary Institute), die hier het volgende over zegt:

Money is an instrument, a tool for handling claims and debts. The claims and debts, however, are not ‘in’ the money, but are constituted in a mutual relation between a claimant and a debtor. Money thus is not identical with claims and charges. Money is a social medium indeed. Language, for example, ‘is’ not communication, but is a tool for verbal communication. Money need not be something owed and due, it’s what we use to pay something owed and due. Money and debt are two different things, that is why we have different words for them. We pay our debt with money.

’Ik zie er historisch geen precedent voor om geld en kredietverstrekking te scheiden.’’
Bezemer komt echter met het tegenargument dat het fenomeen ‘geld als schuld’ al zo oud is als de Sumerische kleitabletten én dat hij er historisch gezien geen precedent voor ziet om geld en kredietverstrekking van elkaar te scheiden. Dit is simpelweg niet waar [2]. Wellicht zou Bezemer dan ook eens het historisch en antropologisch werk van Stephen Zarlenga moeten bestuderen. In zijn meer als 700 pagina’s tellende boek ‘The Lost Science Of Money’ beschrijft Zarlenga namelijk alle geldsystemen die in het verleden hebben bestaan. Wat blijkt: niet alleen hebben er in het verleden wel degelijk publieke schuldvrije geldsystemen bestaan, maar deden deze ook zeer zeker niet onder voor geldsystemen waarin de geldschepping in private handen lag. Tevens zijn argumenten zoals ‘het is altijd al zo geweest’ van weinig meerwaarde (wat voor zich spreekt).

Economische groei

Ook ontstond er een discussie over een uitspraak die Van Egmond maakte. Van Egmond stelt namelijk dat, wanneer je een geldsysteem hebt waarin de overheid verantwoordelijk is voor de geldschepping en waarin geld en kredietverlening van elkaar gescheiden zijn, de overheid zelfs verplicht is om geld bij te maken om op die manier de prijs constant te houden. Volgens Bezemer is dit de omgekeerde wereld. Bezemer claimt namelijk dat je éérst krediet nodig hebt wil je de productieve capaciteit van de economie vergroten. Wat hij hiermee bedoelt is dat het dus niet zo is dat economische groei een gegeven is en je daar met monetair beleid ‘achteraan kunt hollen’ door vervolgens de geldhoeveelheid te vergroten.

Toch is dit niet wat de stichting Ons Geld voorstelt. Wat de leden van de stichting wel voorstellen is een hybride geldsysteem, waarin een aanzienlijk deel van de economie draait op schuldvrije tokens, maar waarin ook ruimte is voor kredietgeld, mits dit geld aangewend wordt voor productieve doeleinden. Op deze manier kan geldcreatie ingezet worden om gericht doelen in de productieve economie na te streven (in tegenstelling tot het huidige geldstelsel, waarin banken de geldpers aanwenden voor hun eigen commerciële gewin). We kunnen op die manier een stabielere economie creëren (minder opgaande en neergaande schuldencycli), hebben lagere publieke en private schulden én de economische groei waar Bezemer naar refereert kan nog steeds ‘on-demand’ gecreëerd worden.

Financiële bubbels

Wat mij ook opviel gedurende de hoorzitting was de onwetendheid (of desinteresse?) rondom de voorstellen van stichting Ons Geld bij de meeste deelnemers aan het tweede blok, zowel van de kant van de banken en de wetenschap, als van de politiek. Zo bleef Bezemer vasthouden aan het idee dat in het alternatieve geldsysteem dat stichting Ons Geld voorstelt, geld nog steeds als krediet geschapen wordt, met als enig verschil dat de overheid dan de geldpers in handen heeft in plaats van de banken. Hij stelt dat wanneer er een volgende huizenbubbel zich voordoet, mensen zich evengoed in de schulden steken door geld te lenen bij de banken, dat de banken op hun beurt weer lenen bij de overheid. De visie hierop van stichting Ons Geld staat uitgebreid beschreven op de website. Deze visie wijkt af van het verwrongen beeld dat Bezemer hierover creëert.

Dit neemt echter niet weg dat financiële bubbels onder het voorgestelde alternatieve geldsysteem nog steeds voor kunnen komen. Verschil hierbij is alleen dat mocht het mis gaan banken dan gewoon om kunnen vallen omdat risico en beloning op één lijn komen te liggen. Tevens is de kans op long term debt cycles minimaal, omdat er dan effectief anticiperend beleid kan worden gevoerd met betrekking tot een belangrijke bron van conjunctuurschommelingen, te weten de perceptie van risico bij de commerciële banken zelf met als gevolg verruiming en inkrimp van bankkrediet ‘at will’.

Monetarisme

‘’Centrale banken hebben dit in de jaren 70/80 al geprobeerd, zonder succes.’’ (Jan Marc Berk, hoogleraar, divisie directeur DNB, SER-lid)
Naast Bezemer bleek ook dhr. Berk van de DNB de voorstellen van stichting Ons Geld niet serieus te hebben bestudeerd. Zo stelt hij dat soortgelijke monetaire experimenten ook al in de jaren 70/80 zijn geprobeerd, zonder succes. Berk gaat er namelijk vanuit dat wat stichting Ons Geld beoogt hetzelfde is als monetarisme, wat niet het geval is.

Hardnekkige mythes
‘’Historie heeft aangetoond dat het niet verstandig is om de overheid aan de geldpers te laten zitten.’’
‘’Banken kunnen niet tot in het oneindig geld creëren.’’
Ook kwam Berk met een aantal mythes die keer op keer weer de revue passeren tijdens discussies over het geldstelsel. Bijvoorbeeld de claim dat de monetaire geschiedenis ons leert dat het niet verstandig is om de overheid aan de geldpers te laten zitten én dat in het huidige geldsysteem de centrale banken de geldhoeveelheid kunnen managen. Op de website van stichting Ons Geld zijn echter diverse publicaties te vinden die dit soort mythes met de grond gelijk maken [3],[4].

Regulering

Desondanks blijven veel economen hun heil zoeken in ‘betere regelgeving en meer buffers. Ondanks talloze publicaties waaruit blijkt dat het indirect aansturen van de geldhoeveelheid door monetaire instrumenten zoals bijvoorbeeld reserve-eisen, kapitaaleisen, de rentestand of QE in veel gevallen niet werkt. Maar ook bij nieuwe beleidsmechanismes zoals bijvoorbeeld macroprudentieel toezicht is het nog maar afwachten of deze de gewenste effecten zullen vertonen.

Daarnaast kun je je afvragen of nog meer regelgeving het toezicht niet complexer maakt dan het al is. Wat is bovendien nog de waarde van meer regulering in een digitaal tijdperk, waarin banken zich in toenemende mate bezighouden met schaduwbankieren en zich op die manier dus weten te onttrekken aan iedere vorm van regelgeving?

Digitalisering van geld

Tegelijkertijd bieden ICT en digitalisering ook de mogelijkheid om ons geldstelsel te updaten naar de 21ste eeuw. Bijvoorbeeld door een staatsmunt te introduceren die gebruikt maakt van de blockchain-technologie (pdf). Op die manier wordt monetair beleid niet alleen volledig transparant, maar kan technologie ook misbruik van de geldpers voorkomen.

Tot slot

In het huidige systeem geldsysteem creëren banken het merendeel van ons geld ‘uit het niets’. Iets wat veel mensen merkwaardig vinden. Toch heeft dit ook een functie. Namelijk het overbruggen van mismatches tussen spaarders en leners. Ik zie het huidige geldsysteem dan ook niet als iets wat inherent slecht is. Wel ben ik van mening dat het vigerende geldsysteem in zijn huidige vorm onhoudbaar is en dat een fundamenteel debat over ons geldstelsel meer dan nodig is. Het liefst eentje zonder economische dogma’s, ongefundeerde kritiek en misinterpretaties van elkaars ideeën. Die dragen namelijk niet bij aan een zinvolle gedachtewisseling. En zonder partij te trekken voor banken die vrij spel krijgen in reguliere kranten als Volkskrant en FD

Niels Verduijn
Sympathisant stichting Ons Geld

Noten
1. Dalio noemt een aantal middelen die volgens hem ingezet kunnen worden om een neergaande schuldencyclus in goede banen te leiden, namelijk bezuinigingen, herstructureren van schulden, herverdeling van rijkdom en kwantitatieve verruiming. Wat hij helaas niet noemt is ‘kwantitatieve verruiming voor de mensen’, ook wel ‘helikoptergeld genoemd (= geld geproduceerd door de centrale bank dat op één of andere manier aan de bevolking ten goede komt).

2. Bank of England (2015). Old Money, New Money. Powerpoint, CCBS Chief Economists’ Workshop. Beschikbaar op:

http://www.bankofengland.co.uk/research/Documents/conferences/ah0515.pdf

3. Berk haalt als voorbeeld de hyperinflatie in Zimbabwe en de Weimarrepubliek aan. Hier speelden echter tal van andere factoren een rol:
https://biflatie.nl/artikelen/economisch/hitler-en-de-hyperinflatie-duitsland/
http://onsgeld.nu/de-echte-waarheid-over-zimbabwes-hyperinflatie/

4. De received wisdom onder veel economen is dat commerciële banken beperkt zijn in hun geldscheppend vermogen. De minicursus Banking 101 van Positive Money toont echter aan dat dit niet op waarheid is berust:
https://www.youtube.com/watch?v=FRNHdJGBATE

Advertenties

Darwinisme versus Intelligent Ontwerp:

Tijdens de 19e eeuw geloofden wetenschappers dat er twee fundamentele entiteiten waren: materie en energie. Maar nu we de 21ste eeuw binnengaan is er een derde entiteit, die wetenschappers moeten erkennen. En dat is informatie. Nu we de biologie van ’t informatietijdperk gewaarworden, neemt het vermoeden toe dat wat we zien in ’t DNA-molecuul, eigenlijk het product is van een brein, van intelligentie is. Iets dat alleen te verklaren is met Intelligent Ontwerp.