Geld maken met geld

Onderstaand tekst komt uit de brochure ‘Europa en de financiële markten’ en beschrijft als geen ander hoe het overgrote deel van al het geld in de wereld niet langer meer word gebruikt om de reële economie te stimuleren maar als een ‘product’ waarmee nog meer geld verdient kan worden:

Een markt is een plaats waar producten tegen elkaar geruild of verhandeld worden. In zijn eenvoudigste vorm is het een dorpsplein waar mensen goederen kunnen kopen die ze nodig hebben of goederen die ze over hebben kunnen verkopen. Een ‘financiële markt’ is een plaats waar gehandeld wordt in financiële producten. Zo’n markt is niet meer een fysieke plaats zoals een dorpsplein of een beursgebouw, maar een netwerk van handelaren. Net zoals particulieren niet meer met hun spullen naar het dorpsplein gaan, maar deze via marktplaats.nl verkopen aan een koper die heel ergens anders in het land zit, zitten handelaren en speculanten in financiële producten achter een computer om hun zaken te doen.

Eén van de financiële producten waarin op financiële markten wordt gehandeld, zijn verschillende soorten geld: de euro; de dollar; het Britse pond; de Japanse yen enzovoort. Die valuta vertegenwoordigen een waarde die onderling steeds wisselt. Het op langere termijn stijgen of dalen van een valuta ten opzichte van de anderen wordt bepaald door de resultaten van de economie van de thuismarkt van die muntsoort, en de internationale handel in die muntsoort. Als bijvoorbeeld Engelse bedrijven veel goederen exporteren, worden deze in ponden of in een vreemde munt betaald. In het laatste geval zal het Engelse bedrijf de vreemde munt willen ruilen tegen ponden. De vraag naar het pond stijgt in beide gevallen. Dus als de financiële markt van een land winstgevend is en daarmee investeerders aantrekt, stijgt de waarde van de munt in dat land ten opzichte van andere munten. Als de economie van een land het slecht doet, dan daalt de waarde van de betreffende munt. Als het bijvoorbeeld slecht gaat met een land uit de Eurozone – een land dat de euro als munt heeft – dan wordt de waarde van de euro minder waard ten opzichte van de andere munten. Deze waardedaling is minder gunstig voor investeerders uit het buitenland. Als investeerders zich terugtrekken uit Europa en euro’s verkopen om in andere landen te investeren, daalt de waarde van de euro nóg meer.

 De verandering in de muntwaarde als gevolg van de resultaten van de economie van de thuismarkt van de munt zijn veranderingen op langere termijn. Maar toch wordt er letterlijk iedere minuut van de dag in al die valuta gehandeld. Iedere minuut van de dag moeten kopers en verkopers op de valutamarkt een prijs overeenkomen, moeten ze bedenken hoeveel euro ze voor een dollar of hoeveel pond ze voor een yen neer willen leggen. Of ze gaan speculeren op de waarde van munten over een bepaalde tijd, via financiële contracten. Daarbij hebben ze in hun achterhoofd misschien een idee over hoe de economie van een land of een economische zone zich zal ontwikkelen, maar ze maken vooral een inschatting van wat de markt op korte termijn zal gaan doen. Ze proberen dus vooral te bedenken wat andere mensen zullen gaan denken over de koers van de verschillende valuta. Als een valutahandelaar bijvoorbeeld een miljoen euro in portefeuille heeft en hij verwacht dat in de loop van de dag de koers van de dollar één procent omhoog zal gaan, dan kan hij al zijn euro’s verkopen en dollars kopen. Als zijn verwachting uitkomt, heeft hij aan het eind van de dag een bedrag in dollars dat, als hij ze verkoopt voor euro’s, één procent meer waard is dan waar hij ‘s ochtends mee begon. Hij heeft dan 10.000 euro gewonnen. Hij kan natuurlijk ook meteen als de dollar gestegen is zijn dollars weer verkopen voor een munt waarvan hij verwacht dat de waarde het komende uur, of de komende minuten, zal stijgen. Zo kan hij proberen een paar van die slagen op een dag te maken.

 Maar ook voor de valutahandelaar is het niet alle dagen feest. De ene keer wint hij, de andere keer verliest hij. Grote spelers op de valutamarkt hebben geavanceerde computers waarmee ze de ontwikkelingen in de markt razendsnel kunnen analyseren en ‘voorspellen’, en daarop transacties uitvoeren. Op basis van complexe modellen probeert men de werkelijkheid te benaderen zodat een persoon heel veel transacties kan uitvoeren. De vele variabelen die bij deze modellen gebruikt worden, zijn natuurlijk niet hetzelfde als de werkelijkheid. De makers van de modellen wordt soms gevraagd ze te versimpelen omdat de computers het anders niet aankunnen. Met deze technologische ‘rat race’ hopen de handelaren de concurrentie net een seconde, of een fractie van een seconde, te vlug af te zijn. Ze proberen steeds iets te kopen wat in waarde gaat stijgen en iets te verkopen wat in waarde gaat dalen.

 Tot zover blijft het een kwestie van gokken. Dat ligt natuurlijk anders als je je niet meer hoeft te beperken tot het inschatten van de ontwikkeling van de markt, maar je die ontwikkeling kan beïnvloeden. Dat kan op verschillende manieren. Je kan bijvoorbeeld geruchten verspreiden waarop markthandelaren reageren en zo de koers beïnvloeden. Nóg interessanter is het natuurlijk als je op de een of andere manier de koers direct kan beïnvloeden. Als je over heel veel geld beschikt, eigen geld of geleend, dan kun je daarmee een aanval op een bepaalde munt doen. Je kunt bijvoorbeeld met grote aankopen de koers van een munt opdrijven. Stel: een handelaar die over miljarden beschikt, koopt op grote schaal Argentijnse peso’s. Als gevolg daarvan gaat de prijs van de peso omhoog, want er is opeens veel vraag naar peso’s. Overal in de wereld zien handelaren de prijs van de peso iets stijgen. “Daar is wat aan de hand, de peso gaat omhoog, daar moeten we ook van profiteren”, denkt een deel van de handelaren en de speculanten. Zij gaan ook peso’s kopen en dat drijft de prijs nog verder op. Dit gaat zo door totdat ‘de markt’ in de gaten heeft dat er geen echte reden is voor een stijging van de peso – namelijk dat de Argentijnse economie er niet beter voorstaat dan eerst werd verwacht. Op zo’n moment kan de prijs van de peso opeens sterk terugvallen. Maar wie op tijd de gekochte peso’s weer verkocht heeft, kan toch een flinke winst pakken. De belegger George Soros zette met zijn Quantum Fund in de zomer van 1992 een aanval in tegen het Britse pond. Daarmee boekte hij een winst van een miljard dollar. In een boek dat hij daar later over schreef, legde hij uit hoe hij dat op een volstrekt legale manier kon doen.

 Door het grote aantal handelaren en speculanten en de grote hoeveelheid financiële producten, is het speculatiegehalte op de valutamarkten heel erg hoog. Daardoor zijn koersen veel beweeglijker geworden en de risico’s veel groter. Bij speculeren denken we vaak aan het boeken van winst bij stijgende koersen. Maar je kan ook speculeren op dalende koersen. Dat kan omdat er op de financiële markten in allerlei, vaak heel ingewikkelde, producten wordt gehandeld. Je kunt bijvoorbeeld met een andere partij overeenkomen dat je op een bepaald moment een zekere hoeveelheid Britse ponden levert tegen een van tevoren afgesproken prijs. Als het je dan lukt om de prijs van het pond voor die tijd naar beneden te halen, kun je goedkope ponden kopen en die tegen de vastgestelde hogere prijs verkopen. Er bestaan veel producten op de financiële markten die gokken op de waarde van een munt in de toekomst. Deze worden ‘derivaten in valuta’ genoemd.

 Behalve in valuta wordt er ook in allerlei andere producten gespeculeerd, vaak via ‘derivaten’. Eigenlijk kan er met alles wat verhandelbaar is gespeculeerd worden. Op de wereldmarkt gebeurt dat op enorme schaal. Daar wordt gespeculeerd met voedselgranen, olie,  delfstoffen, vervuilingsrechten, aandelen, maar ook hypotheken, schuldbekentenissen en allerlei andere waardepapieren en financiële producten. De omvang daarvan is enorm. Dagelijks gaat er in de internationale financiële markten vierduizend miljard dollar om. Bij slechts twee procent van dat geld gaat het om handel die te maken heeft met de ‘echte economie’. Wie op vakantie gaat naar een land met een ander munt, goederen koopt of investeringen doet in het buitenland, moet daarvoor de eigen valuta omwisselen voor een andere geldsoort. Dat is valutahandel die gerelateerd is aan de ‘echte economie’. Bij de andere 98 procent is dat niet het geval. Dat is het zogenoemde ‘flitskapitaal’. Kapitaal dat iedere dag over de aardbol flitst, op zoek naar snelle winst. Hierbij gaat het puur om speculatie, een activiteit die los staat van de ‘echte’ economie en van de ‘echte’ handel. Bij handel gaat het om kopen en verkopen en transporteren van goederen zodat die bij een producent of consument terecht komen. Of het gaat om beleggen op lange termijn in bijvoorbeeld aandelen van bedrijven. Bij speculatie gaat het om kopen en verkopen om op korte termijn geld te verdienen. Zo veranderen ladingen van schepen tijdens hun reis soms vele malen van eigenaar, zonder dat die eigenaren de producten ook maar gezien hebben. Het zijn papieren, of eigenlijk elektronische handelingen, met een puur speculatief karakter.

 De spelers in het ‘wereldcasino’ zijn vooral financiële instellingen, zoals banken en verzekeringsmaatschappijen. Ze gokken niet alleen zelf, maar bieden ook speculatieve financiële producten aan met hoge winstmarges. Uit die winsten kunnen dan hoge bonussen worden betaald. Ook ‘onze’ pensioenfondsen doen er flink aan mee. Ook zijn er speciale fondsen, de zogenoemde ‘hefboomfondsen’, die uitsluitend voor hele vermogende investeerders beleggen, bijvoorbeeld voor pensioenfondsen. Die hefboomfondsen speculeren behalve met eigen geld, ook met geleend geld dat vaak meer bedraagt dan het eigen vermogen. Het geleende geld waarmee gespeculeerd wordt kan tien, twintig, maar ook vijftig maal meer zijn dan het eigen vermogen. Als die fondsen het op grote schaal mis hebben, dan heeft dat grote gevolgen, want het geleende geld wordt niet terugbetaald. Als ze goed gegokt hebben en grote winsten maken, zijn het natuurlijk anderen die deze winsten moeten opbrengen – want tegenover de winst van de ene partij staat altijd een verlies van een andere partij. Ook grote multinationale ondernemingen hebben zich steeds meer in de financiële markten gestort. In eerste instantie om zich in te dekken voor financiële risico’s, daarna ook om grote winsten te maken. Zij richtten financiële afdelingen op die zich met allerlei vormen van financiële transacties bezig houden. De Amerikaanse autoproducent General Motors verdiende in de jaren vóór het in 2009 over de kop ging meer met financiële transacties, dan met het maken en verkopen van auto’s. En zo gaat het bij veel multinationals.

540485_230711080376948_2078331611_n

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s