Wat is er liberaal aan een erfenis-economie?

In de anti-meritocratie van de negentiende eeuw was je beter af als je trouwde met een rijke vrouw of man dan wanneer je hard werkte. Het was een erfenis-economie. Een economie die langzaam weer aan het terugkeren is.

De Franse econoom Thomas Piketty laat in zijn magnum opus over ongelijkheid zien dat erfenissen aan het begin van de twintigste eeuw nog goed waren voor ongeveer 24 procent van het Franse nationaal inkomen, om na de Tweede Wereldoorlog te dalen tot slechts vier procent. Sindsdien is dat echter weer teruggekrabbeld tot zo’n vijftien procent van het nationaal inkomen anno 2012.

Het is geen uitsluitend Frans fenomeen. Ook in Nederland staat er een berg aan vermogen klaar om doorgegeven te worden. Vermogen is sterk geconcentreerd bij de langzaam afstervende generatie van 55-plussers. Huishoudens met een kost­winner tot veertig jaar bezitten tezamen slechts 64,3 miljard euro. Huishoudens met kostwinners ouder dan 55 jaar hebben daarentegen 752,1 miljard euro aan vermogen.

Niet iedereen zal echter aanspraak kunnen maken op die babyboom­bezittingen. Erven is luxe. Het overgrote deel van de Nederlanders erft nauwelijks iets. Bij zo’n zeventig procent van alle erfenissen in 2012 verkreeg de erfgenaam gemiddeld een bedrag van 20.850 euro. Bij de overige dertig procent van de erfenissen ging het om gemiddeld 338.640 euro. Deze dertig procent van de erfenissen was goed voor ruim negentig procent van het totale geërfde bedrag.

Miljonairs zijn dan ook veel vaker begunstigden van erfenissen dan andere Nederlanders. Van de gewone Nederlanders gaf twaalf procent aan dat ze hun bezit voornamelijk hadden vergaard uit nalatenschappen of schenkingen. Bij miljonairs was dat percentage ruim 36 procent, zo bleek uit het Dutch Wealth Report van de bank Van Lanschot. Niet voor niks prijken in de top-tien van de Quote 500 maar liefst acht familiedynastieën.

In de luwte van de politiek is dan ook al jaren een strijd gaande over de nalatenschappen van de baby­boomers. ‘Het is de minst rechtvaardige van alle belastingen’, wist Mark Rutte in 2008 al over de erfbelasting te vertellen. ‘Je hele leven betaal je al belasting en als je per ongeluk wat overhoudt, komt het blauwe gevaar nóg een keer langs.’ De erfbelasting, in VVD-kringen beter bekend als de ‘sterftaks’, moest volgens de ­toekomstige premier op termijn maar in haar geheel afgeschaft worden.

Zo ver is het – nog – niet gekomen, maar de afgelopen jaren zijn er wel zonder groot protest allerhande maatregelen genomen om erf­genamen te ontlasten: lagere erfbelastingtarieven, ruimere belasting­vrijstellingen bij het overgeven van het familiebedrijf en onlangs de schenkingsvrijstelling, die het recht gaf om een ton belastingvrij weg te geven voor de aankoop van een woning of ter aflossing van een hypotheek.

Dat zo schaamteloos het overgeven van vermogen wordt ontlast is eigenlijk vreemd. De dood is een ideale belastinggrondslag. Van een hoog inkomstenbelastingtarief zou je nog met enig recht kunnen zeggen dat je harder werken bestraft. Iemand die echter zomaar een erfenis krijgt, heeft daar nog niks voor gedaan, hij verkrijgt zonder inzet. Het is niet noeste arbeid, maar het toeval van de geboorte, die mensen recht geeft op een erfenis.

Mark Rutte mag het misschien zijn vergeten, maar veel van zijn liberale voorgangers waren juist hierom vóór een erfbelasting. ‘Zij die de spaargelden van anderen erven hebben een voordeel dat ze geenszins hebben verdiend ten opzichte van de vlijtige arbeiders wier voorgangers hen niks hebben nagelaten’, stelde de beroemde liberale filosoof-econoom John Stuart Mill (1806-1873) in zijn Principles of Political Economy. Dit ‘onverdiende inkomen’ moest volgens Mill ingeperkt worden. De belasting op erfenissen moest omhoog, zodat inkomen uit werk minder zwaar belast kon worden.

Het vervelende van belastingen is dat iemand ze zal moeten betalen. Erfenissen ontzien betekent dat de – toch al zwaar belaste – werkende Nederlander de pineut is. Nederland heeft inmiddels, na Zweden, de allerhoogste belasting op arbeid in Europa. Tussen 2002 en 2012 stegen de belastingen op arbeid als aandeel van de totale belastingheffing van 49,7 procent naar 57,5 procent. Tegelijkertijd daalden de belastingen op vermogen (waaronder de erf­belasting) van 20,1 procent naar 14,2 procent.

Daarmee stevenen we langzaam af op de anti-meritocratie van weleer. Op een tweedeling tussen laag­belaste erfgenamen en zwaarbelaste werkenden.

Wat is daar precies liberaal aan?

Bron:
https://www.groene.nl/artikel/sterftaks–2

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s