Negatieve rente

In mijn artikel ‘Wat is geld‘ beschrijf ik dat je geld kunt zien als een tegoedbon voor arbeid van anderen, en die tegoedbon verkrijg je door zelf arbeid te leveren. Wanneer je op die manier naar geld kijkt is rente eigenlijk een raar fenomeen. Je kunt daarmee namelijk geld verdienen simpelweg door geld te bezitten. Aan de andere kant kan rente mensen ook stimuleren om hun overtollige geld uit te lenen aan anderen. Op die manier blijft het in omloop en kan er iets nuttigs mee worden gedaan. Echter, in plaats van het uitlenen van geld te belonen kun je ook het oppotten van geld bestraffen:

”In 1932 werd de burgemeester van het Oostenrijkse plaatsje Wörgl, die de prachtige naam Untenguggenberger droeg, geconfronteerd met hoge werkloosheid en veel onbevredigde behoeften in zijn gemeente. Omdat hij slechts een klein bedrag aan schillingen in kas had, besloot hij met behulp van de lokale spaarbank zijn eigen alternatieve muntsoort te creëren. Arbeiders die voor de gemeente werkten werden betaald in vrijgeld. De omloopsnelheid van dit vrijgeld werd gestimuleerd doordat op het vasthouden van deze biljetten een negatieve rente werd geheven. Indien je het vrijgeld niet uitgaf, maar in je portemonnee liet zitten, verloor het dus zijn waarde. Precies zoals Gesell had bedacht. Door de negatieve rente kwam het economisch verkeer in Wörgl razendsnel op gang. De omloopsnelheid van deze vrijgeldbankbiljetten was zo groot dat er naar verluidt in enkele maanden een marktomzet ontstond van $7,5 miljoen. De investeringen liepen in een jaar op met meer dan 200 procent. De werkloosheid daalde van 30% naar een marginaal niveau. Rekeningen en belastingen werden meteen betaald en achterstallig onderhoud werd uitgevoerd. Vrijgeld bevorderde niet alleen de gemeenschapseconomie, maar ook de traditionele economie, die wel bleef werken met schillingen. Het succes was overweldigend.”

Bovenstaande tekst is afkomstig uit het artikel ‘De crisis oplossen’ van Martijn Jeroen van der Linden. Klik hier voor het gehele artikel.

 

 

 

 

Wie controleert de wereld?

Veel mensen denken nog steeds dat commerciële banken spaargeld van spaarders gebruiken om dit vervolgens uit te lenen aan anderen en de inkomsten uit de rentemarge halen. De realiteit is dat commerciële banken het uitgeleende geld creëren uit het niets:

Meer dan 95% van al het geld wat circuleert in de wereldeconomie wordt op deze manier gecreëerd door commerciële banken. De overige 5% zijn munten en bankbiljetten. Die worden gecreëerd door derden (1). Wat in bovenstaande video alleen niet word verteld, is dat over al het geld dat overheden, bedrijven en burgers lenen bij commerciële banken, ook (samengestelde) rente moet worden betaald. Dat is geld door schuld. Bij het aangaan van een lening wordt  alleen de hoofdsom in omloop gebracht, en niet de rente die daarover zal moeten worden betaald. Gaat er bij u nu een belletje rinkelen? Nee? Nog niet? Lees dan het onderstaande voorbeeld:

Een onbewoond eiland:

”Stel, 12 personen spoelen aan op een onbewoond eiland. Een van hen stelt voor om een afstemmingssysteem in het leven te roepen, waarbij de hulp die ze elkaar onderling bieden centraal wordt verrekend via eiro’s. De initiatiefnemer stelt voor dat hij de eiro’s zal administreren tegen een kleine vergoeding en dat hij verder geen andere taak heeft. Hij noemt zichzelf bankier. De eiro’s komen niet fysiek in omloop, maar worden slechts administratief bijgehouden door de bankier.

Zodra een van de eilandbewoners eiro’s bezit, kan hij of zij hulp vragen aan bewoners die eiro’s willen bemachtigen. Eiro’s zijn op twee manieren te verkrijgen. Allereerst als tegenprestatie voor een geleverde dienst en daarnaast als lening bij de bankier. Verder wordt afgesproken dat de bankier 5% per jaar ontvangt over de eiro’s die bij hem geleend worden. Alle eilandbewoners starten zonder eiro’s.

Een van de bewoners neemt vervolgens het initiatief tot het bouwen van een huis met twaalf kamers. Alle andere bewoners helpen hem, behalve de bankier. Na een jaar is het huis af en leent de huizenbezitter 1.000 eiro’s van de bankier om aan ieder van zijn helpers 100 eiro’s te betalen. De bankier noteert dit in zijn bankboek en heeft zelf aan ieder van de huizenbouwers een schuld van 100 eiro’s. Per saldo heeft de bankier zelf namelijk geen eiro’s verworven. De eigenaar van het huis verhuurt vervolgens 11 kamers aan de overige bewoners voor 5 eiro’s per jaar.

Vanaf het tweede jaar ontvangt de eigenaar van het huis 55 eiro’s per jaar van zijn huurders, waarvan hij 50 eiro’s aan de bankier moet afdragen als rentevergoeding. Stel nu dat er verder geen eiro’s meer worden opgeno­men bij de bank en dat er onderling geen andere diensten meer zijn geleverd waarvoor eiro’s betaald worden. Na 20 jaar lang 5 eiro’s per jaar huur te hebben betaald, hebben de huurders geen eiro’s meer over. De bankier heeft inmiddels 1000 eiro’s aan rente ontvangen en 100 eiro’s aan huur betaald. Per saldo heeft de bankier 900 eiro’s.

De huisbezitter is het slechtst af. Hij begon met 1.000 eiro’s schuld en heeft ieder jaar 55 eiro’s huur ontvangen en 50 eiro’s rente moeten betalen. Hij heeft nu 900 eiro’s schuld aan de bankier en geen huurders meer. De bankier ziet dat de bezitter van het huis zijn verplichtingen niet meer kan nakomen en doet een afwikkelingsvoorstel. Hij stelt voor dat de huiseigenaar het huis aan hem verkoopt voor 900 eiro’s, zodat diens schuld aan hem vereffend wordt.

Door deze transactie zijn alle eiro-posities gladgestreken en heeft de bankier het huis in eigendom. Hij heeft nu – in de vorm van het huis – alle bezittingen op het eiland naar zich toe getrokken en is tevens de enige eilandbewoner die geen arbeid heeft geleverd om het huis te bouwen!”

Follow the money

Bovenstaande tekst komt uit het artikel ‘Wat is er mis met ons geldsysteem‘ en laat zien dat, terwijl de geldhoeveelheid hetzelfde blijft, door rente te rekenen uiteindelijk degene die het geld tegen een vergoeding als schuld in omloop heeft gebracht, het eigendom naar zich toe trekt (2).

Eigendom geeft stemrecht aan aandeelhouders. Dat is hoe aandeelhouders controle uitoefenen op de onderneming waarin zij belang hebben. Het spreekt vanzelf dat hoe groter het aandelenbezit, hoe krachtiger de controle is. Er zijn modellen ontwikkeld waarmee kan worden berekend hoe het zit met aandelenbezit en macht. In juli 2011 hebben onderzoekers van een Zwitserse universiteit (Eidgenössische Technische Hochschule (ETH) in Zürich) uitgezocht in hoeverre grote bedrijven onderling verweven zijn. Met het gebruik van een supercomputer hebben deze wetenschappers alle verhoudingen in kaart gebracht tussen multinationale ondernemingen (bedrijven die over grenzen heen opereren).

De gegevens van meer dan 43.000 multinationals zijn hierbij in kaart gebracht. Dit was voor het eerst in de geschiedenis mogelijk vanwege het gebruik van een superdatabase, genaamd “de Orbis”. Er werd in het bijzonder gekeken naar eigendomsverhoudingen of het hebben van een controlerend belang. Een controlerend belang houdt in, een belang waarmee wezenlijk invloed kan worden uitgeoefend. Veel aandeelhouders met name, die in de multinationals passen uitermate schimmige constructies toe om eigendomsverhoudingen te camoufleren. Door de enorme rekenkracht van de computer was het voor het eerst mogelijk om de werkelijkheid door de constructies en camouflages heen bloot te leggen.

Wie controleert de wereld?

Uit het onderzoek kwam naar voren dat 1.318 bedrijven ongeveer 60% van het totale wereldinkomen vertegenwoordigen. Deze bedrijven zijn zodanig verweven dat ze via dezelfde aandeelhouders en belangen in elkaar feitelijk de markt kunnen controleren. Omgerekend vertegenwoordigen deze 1.318 bedrijven slechts 3% van de totale groep van 43.000 bedrijven. En nog verder geanalyseerd kwam er uiteindelijk een lijst naar boven met slechts 147 superbedrijven (=0,03% van 43.000!!) die de 43.000 multinationals controleren en daardoor  40% van het wereldinkomen. Het zal geen verbazing wekken dat het merendeel van deze super-entiteiten financiële instellingen zijn (3):

TEDX

(1) Meer informatie over het scheppen van chartaal geld kun je lezen in het artikel ‘Is chartaal geld schuldvrij geld?‘.

(2) Het voorbeeld van het onbewoonde eiland is natuurlijk een simplificatie van de werkelijkheid. Voor meer informatie over de effecten van rente klik hier en hier.

(3) http://tedconfblog.files.wordpress.com/2013/02/global-control-1.jpg?w=900

Rentevrij staatskrediet

Ad Broere (auteur van het boek ‘Geld komt uit het niets’) stelt voor om rentedragende bankschuld te vervangen door rentevrij staatskrediet. Een dergelijk systeem zou er volgens hem als volgt uit moeten komen te zien:

• Banken stoppen met geldschepping.
• Banken blijven doen waar ze geacht zijn goed in te zijn, risicoassessment, risicobeheersing en beoordeling van businessplannen.
• Banken hebben de beschikking over een goed IT netwerk, dat niet overboord wordt gezet want dat zou een gigantische kapitaalvernietiging zijn.
• Banken brengen voor hun diensten gewoon tarieven in rekening zoals advocaten, accountants etc. dat ook doen.
• Er wordt een publiek instituut opgericht dat -als enige- schuldvrij (niet geleend op de financiële markten) en rentevrij geld schept.
• Nu komt het: Als een bank een contract sluit met een klant -zakelijk of particulier- dan wordt dit gemeld bij het publieke instituut.
• Het publieke instituut toetst de melding aan macro-economische criteria zoals: blijft de geldhoeveelheid binnen de perken?, gaat er niet een overmaat naar bepaalde economische sectoren? etc.
• Als het publieke instituut de aanvraag van de bank goedkeurt dan schept het fiatgeld, volgens dezelfde methode als commerciële banken dat nu doen.
• dus links op de balans de vordering op de bank en rechts op de balans een deposito ten gunste van de bank.
• De bank verleent het krediet/de lening door het deposito bij het publieke instituut op te nemen.
• De bank verleent het krediet/de lening rentevrij aan de klant.
• Het publieke instituut wordt gecontroleerd door de Rekenkamer, die als kernopdracht heeft erop toe te zien dat inflatie wordt voorkomen.
• Het uitgangspunt is dat de geldhoeveelheid aansluit bij het BBP, dat is de som van de waarde die wij in Nederland produceren aan goederen en diensten.

Bron:

http://adbroere.nl/web/nl/columns/help-de-banken.php

 

 

De kracht van samengestelde interest is de sterkste kracht in het universum

Onderstaande video is een fragment uit de documentaire De Schuldvraag en legt kort maar krachtig het proces van geldcreatie uit:

Tekorten

Wat in bovenstaande video niet word verteld is dat over al het geld wat overheden, bedrijven en burgers lenen bij commerciële banken ook (samengestelde) rente moet worden betaald. Echter bij het aangaan van een lening word alleen de hoofdsom in omloop gebracht. En omdat in het huidige geldsysteem geld enkel in omloop kan komen als rentedragende bankschuld is er op ieder gegeven moment altijd meer schuld dan geld in omloop in de economie. Sommige critici beweren dan ook dat dit systeem per definitie tekorten creëert wat alleen maar bestreden kan worden door middel van oneindige exponentiële groei:

Nuance is hier enigszins op zijn plaats. Ten eerste omdat de renteopbrengsten van commerciële banken op een aantal manieren ook weer terug circuleren in de economie. Bijvoorbeeld door het uitkeren van rente, (absurde) bonussen en dividend, betalen van allerlei operationele kosten, afdragen van belasting, herinvesteringen en een deel van het eigen vermogen parkeren zij als buffer voor oninbare leningen. De tweede reden heeft te maken met het stock-flow principe die in onderstaande video word uitgelegd:

De derde reden heeft te maken met wat men noemt de ratio van schuld ten opzichte van besteedbaar inkomen. De onderstaande video is onderdeel van de mini-lecture ‘Debt: the good, the bad and the ugly’ van Dirk Bezemer (econoom) waarin hij uitlegt wat hiermee wordt bedoeld:

 

Uniek business model

Feit blijft natuurlijk wel dat commerciële banken door hun geldscheppende macht een uniek business model hebben. Indien we in onze economie überhaupt over een ruilmiddel willen beschikken zijn we gedwongen leningen aan te gaan bij commerciële banken, waarover we (samengestelde) rente moeten betalen, die zij ook nog eens uit het niets kunnen creëren! Hierdoor ontstaat er een voortdurende geldstroom richting de commerciële banken. In Engeland bijvoorbeeld strijken de banken op deze manier op jaarbasis een totaalbedrag van £ 213.000.000.000 aan rente op. Albert Einstein zei ooit:

“De kracht van samengestelde interest is de sterkste kracht in het universum” 

Neem bijvoorbeeld een hypotheek van € 250.000 met een jaarlijkse rente van 5% en een looptijd van 20 jaar.  Zodra de hypotheek na 20 jaar is afbetaald heeft de bank in totaal aan samengestelde rente een bedrag van € 250.000 ontvangen (net zoveel als het initiële bedrag van de lening dus!) voor een lening die ze d.m.v. van een paar drukken op de knop uit het niets heeft gecreëerd.

Herverdelingsmechanisme van arm naar rijk

Maar ook al zouden we commerciële banken met een 100% vermogensrendementsheffing opzadelen, dan nog blijft rente een herverdelingsmechanisme van arm naar rijk. Veel mensen denken namelijk dat je alleen rente betaald wanneer je een lening aangaat. Dit is echter niet het geval. De Duitse geldexpert Margrit Kennedy zegt hier het volgende over:

”Vrijwel al ons geld is gebaseerd op basis van leningen (schuld aan de bank) waarover rente moet worden betaald. Omdat producenten de kosten van leningen moeten doorberekenen in de prijzen, bestaat ongeveer 45% van de prijs van producten uit rente. De 80 procent armste betalen elk jaar netto meer rente dan ze ontvangen over hun vermogens terwijl de 10 procent rijksten netto meer rente ontvangen dan ze betalen. Een massief en verborgen redistributiesysteem.”

 

De economie van grond

”Grond is een vreemd waardeobject. Grond wordt niet door iemand gemaakt – het is er al en het wordt niet meer. En dat maakt grond anders dan andere objecten. Stel bijvoorbeeld dat een waterbouwkundig ingenieur in plaats van een salaris van 100.000 euro, nog maar 10.000 euro gaat ontvangen. Het aantal waterbouwkundig ingenieurs zou dan dramatisch afnemen. Maar dat is bij grond niet het geval, of de prijs van een lap grond nu 10.000 of 100.000 euro is maakt niet uit voor de hoeveelheid beschikbare grond.

Het aanbod aan grond staat eigenlijk al vast. Het gevolg hiervan is dat als de vraag naar vastgoed toeneemt, het aanbod nauwelijks reageert. Het CPB schat bijvoorbeeld dat bij een prijsstijging van 1 procentpunt, het woningaanbod met slechts 0,064 procentpunt toeneemt. Met andere woorden: het aanbod aan woningen neemt nauwelijks toe bij een stijgende prijs.

De vraag is dus doorslaggevend bij de bepaling van de prijs van woningen. En de vraag naar woningen is voor het overgrote deel afhankelijk van de bank. Vrijwel niemand koopt een woning met eigen geld. Hoeveel een bank wil uitlenen is dus van cruciaal belang. Als de bank iemand met een inkomen van 20.000 euro tien keer zijn inkomen wil uitlenen, dan heeft deze persoon 200.000 euro te besteden aan een woning. Verandert de bank haar kredietbeleid en kan dezelfde persoon nog maar vier keer zijn inkomen lenen, dan heeft hij of zij nog maar 80.000 euro te besteden.

Door dit soort veranderingen in het kredietbeleid ontstaan bubbels op de woningmarkt. Iedereen heeft een woning nodig. Want zo gauw banken beginnen met het oprekken van hun kredietvoorwaarden – exotische hypotheekvormen als aflossingvrije hypotheken verzinnen; leningen tot 100 procent van de woningwaarde toestaan; tweede inkomens meerekenen bij de hypotheekaanvraag et cetera – stijgen de woningprijzen. Niet omdat er meer behoefte is aan woningen, die behoefte is er altijd wel, maar omdat banken ervoor kunnen zorgen dat kopers meer kunnen bieden op een woning.

De hoge prijzen die het gevolg zijn van het ruime kredietbeleid van banken, dienen eigenlijk geen enkel doel. Het is niet alsof woningen toen de prijzen bijna twee keer over de kop gingen tussen 1995 en 2008, ook twee keer zoveel kwaliteit kregen. Bijna alle prijsstijging kwam door grondwaardestijging die ontstond door banken. Terwijl die grond er al was – het hoefde niks te kosten.

Duur wonen betekent alleen dat inkomen opnieuw gedistribueerd wordt van de huurder en nieuwe woningbezitter naar zij die aanspraak maken op grondinkomen: banken in de vorm van rente, verzekeraars in de vorm van meegefinancierde polissen, tussenpersonen in de vorm van provisies, gemeenten in de vorm van gronduitgiftes, makelaars in de vorm van courtages, bestaande woningbezitters in de vorm van hogere verkoopprijzen en ga zo maar door.”

Bovenstaande tekst is afkomstig uit het artikel ‘Waarom Nederlandse huizen niet te betalen zijn’ van Ernst-Jan Pfauth. Klik hier voor het gehele artikel.

Value Extracted Tax

”Een groot deel van ons inkomen moeten we afstaan aan belasting. Arbeid is duur. Arbeiders zijn dan ook de grootste kostenpost voor bedrijven. Onze grondstoffen worden steeds schaarser en door blijven gaan op deze manier gaat op korte termijn voor tekorten en conflicten zorgen. Toch worden grondstoffen niet of nauwelijks belast.

Ons belastingstelsel is in het verleden zo opgezet omdat destijds de consumptiebehoefte marginaal was ten opzichte van de enorme hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen. Maar nu zowel de wereldbevolking als de materiële welstand sterk is toegenomen, is onze consumptie explosief gestegen.

De zogenaamde “Value Extracted Tax” is een belasting op het gebruik van grondstoffen. Je betaalt in feite voor de waarde die je aan de aarde onttrekt. Deze belasting zou grotendeels in de plaats moeten komen van de belasting op arbeid.

Arbeider verdient meer, terwijl het gekochte even duur blijft doordat de belasting slechts verschuift naar de grondstoffen. En als grondstoffen duurder worden worden we gedwongen om efficienter ermee om te gaan en meer te hergebruiken. Arbeid word tegelijkertijd goedkoper wat weer tot een stimulans van het aantal banen kan leiden.

Voorbeeld:
een opspringende steen beschadigt het glas van een autokoplamp. Een normale reactie is om aan een garage te vragen een nieuw glas te bevestigen. Maar zo gaat dat niet in de moderne economie. In luttele minuten wordt de hele koplamp vervangen. De oude koplamp – waarvan alle draadjes, klemmen en veertjes nog prima functioneren – wordt achteloos weggegooid. Die verspillende handeling is veel goedkoper dan een monteur voor 65 gulden per uur alleen het kapotte glas te laten vervangen.”

<p><a href=”http://vimeo.com/40582647″>Ex’tax in 90 sec</a> from <a href=”http://vimeo.com/user11332148″>The Ex’tax Project</a> on <a href=”https://vimeo.com”>Vimeo</a&gt;.</p>

Bovenstaande tekst is afkomstig uit het artikel ‘Een duurzame vrije markt’ van Eckart Wintzen. Klik hier voor het gehele artikel.